Bouwstuk “De gezellenopdracht” Marcel Baatsen 17 mei 2010 Loge de Korenschoof

 

Dit is een bouwstuk op gezellen niveau en ik ga het hebben over onderdelen uit het rituaal van de gezel.

Ik zal niet pogen om een eenduidige verklaring of analyse van deze onderdelen te geven aangezien ik daar ook wellicht niet in staat toe zou zijn maar ik zal onderdelen aanstippen en hier en daar vragen of opmerkingen toe voegen ter eigen overdenking en inzicht.

Als het ware zal ik grasduinen door de gezellen symbolen en handelingen in het rituaal.

 

Met deze lezing spreek ik niet alleen tegen onze nieuwbakken gezel, broeder Jaap. Tja, daar zit je nu in de zuiderkolom, de kant van de zon, die voor kracht staat en je hebt de Noorderkolom achter je gelaten, de kant van de maan die voor schoonheid staat.

Ook tegen alle die niet alleen de gezellen ervaring hebben gehad in de vorm van een inwijding, maar ook de opdracht hebben aanvaard. Want net zoals men altijd leerling blijft, men ook altijd gezel.

 

Wellicht was dat een teleurstelling tijdens het rituaal, want in gezellenrituaal wordt men weliswaar gezel en tegelijkertijd wordt er duidelijk gesteld dat men ook altijd leerling blijft. Denk je dat je daar eindelijk vanaf bent en dan wordt je duidelijk gemaakt dat je niet alleen altijd leerling zult zijn, maar ook dat je ook nog eens altijd gezel zult zijn. Je laat dus niet iets achter je, maar je krijgt er iets bij. In ieder geval geeft dat hoger loon, wat dat dan ook moge zijn.

Wat is hier nu de boodschap van ?

 

De leerling staat in rechte verhouding tot zichzelf. De gezel staat in rechte verhouding tot zijn medemens. Wat kan men nu daarover zeggen, zonder dat alle wordt uitgelegd, verklaard oftewel als het ware verklapt. Nu, dat lijkt lastig, maar dat is het gelukkig niet, aangezien er niets te verklappen valt, omdat er niets te verklappen is. Want zoals in de leerlingengraad al duidelijk is dat het op uzelve aankomt is dit in de gezellen graad nog minstens evenveel het geval. Hier is expliciet duidelijk geworden, wie de hoogste meester is die daarover oordeelt.

 

Oorsprong van de gezellengraad :

 

De boodschap is en uiteraard zo als ik deze heb aanvaard dus en voor mijn rekening dat het een niet zonder het ander kan. Men kan geen gezel zijn zonder leerling te zijn. Men kan geen rechte verhouding tot de medemens hebben zonder een rechte verhouding tot jezelf te hebben.

Als je jezelf niet kent dan is er geen basis, geen referentie, geen uitgangspunt om de ander te (ver)kennen. Het leerling zijn is als het ware een anker dat voorkomt dat je wegdrijft of meegesleept wordt.

 

Eens waarachtig en empathisch luisteren naar de ander zonder op een moment te wachten om je eigen zegje te doen. Een vastbesloten of geïnspireerde houding om te begrijpen wat de ander bedoelt. Dat is de houding van de gezel.

 

In de leerlingengraad wordt gewerkt aan de innerlijke verhouding tot zichzelf. Staat dit dan los van de buitenwereld ?
Fysische, genetische, biologische, sociale, culturele en spirituele invloeden zullen op het uzelf van invloed zijn.
Hoe zeer zal dit dan ook bij de gezel van pas zijn. Hier is de interactie met de omgeving expliciet gesteld.
Met liefde,compassie en mededogen kijken naar de medemens. In plaats van met indelen en of oordelen de medemens bezien door een bril van begrip, doorvoelen, doorleven, beleven en meeleven en vooral de ander ruimte geven voor zichzelf. Als het ware in je houding aangeven : ook bij jou komt het aan op jezelf en ik geef je daarvoor de volle ruimte.

En tegelijk kan de gezel de ander dichter op zichzelf laten komen. Hij is ten slotte al leerling geweest en staat in rechte verhouding tot zichzelf. Hij heeft een solide basis.

 

De gezellengraad is de verbinding tussen de leerlingengraad en de meestergraad.

Het wordt soms met de ontwikkeling van de leeftijd vergeleken. De leerling als geboorte en kind, de gezel als volwassene en de meester als oude wijze. De gezel staat dus in het brandpunt, in de kracht, in het midden van het leven. In de kracht van de zon, de mannelijke kracht op het zuiden. We staan nu midden in de levensschool, in de kracht van ons leven en die van onze levensopdracht.

 

Laten we hierop het rituaal eens puntsgewijs doornemen. De meesten zal het nog vers in het geheugen liggen van 7 dagen geleden.

 

Aan de gezel wordt de letter G bekent gemaakt als hart van de vlammende ster.

Wat betekend nu de letter G. God is natuurlijk een voor de hand liggende, maar ook gnosis,

geometrie, genie, kunnen van pas komen. G kan ook alchemistische betekenissen krijgen of

men kan hem als de letter Gamma gebruiken, die als hoofdletter in het Griekse alfabet de

vorm van een winkelhaak heeft.

En de vlammende ster ?

De Vlammende Ster is een vijfhoekige ster of pentagram. Dit is een heel oude symbolische

figuur die al door Pythagoras en zijn volgelingen vereerd werd en die in alle volgende eeuwen

voor allerhande doeleinden werd aangewend. Leonardo da Vinci heeft er zijn bekende

menselijke figuur in getekend: hoofd en ledematen in de verschillende benen. Veel landen

hebben de vijfhoekige ster in hun nationale vlag opgenomen. Het pentagram wordt gevormd

door de vijf diagonalen van een regelmatige vijfhoek. Ook kan men er een superdriehoek in zien gevormd door 5 gelijkbenige driehoeken en wat ligt er ook alweer tussen de passer (een gelijkbenige driehoek) en de winkelhaak (een ongelijkbenige driehoek)

De 5 armen van de driehoek steken even ver de ruimte in zodat dit een vorm van balans weergeven.

En dan heeft de ster 5 punten die de omgeving in prikken en de mens heeft horen, zien, proeven, ruiken en voelen. 5 zintuigen. En dan als gezel ook nog eens 5 jaren oud zijn. Is dat toeval ? Bestaat toeval ? Bestaat er toeval in de ritualen ?

 

De gezel ontvangt hoger loon.

Aan de gezel wordt de opdracht tot naastenliefde gegeven.

De gezel ontmoet zijn hoogste meester in de spiegel. Hoe lang duurt dat moment nu daadwerkelijk ? Voor broeder Jaap heb ik zeer onrespectabel de tijd genoteerd en dat wat wellicht heel erg lang en vaak te kort duurt was 30 seconden.

Met hamer en bijtel wordt een reis ondernomen : Hierin wordt onder meer duidelijk dat de ruwe steen wat minder ruw is geworden, echter, het is nog geen kubieke steen.

Met passer en maatstok wordt een reis ondernomen. Dit zijn de instrumenten waarmee de al wat kubiekere steen kan worden afgemeten.

Met de koevoet wordt een reis ondernomen en de koevoet kan gebruikt worden om de al wat minder ruwe steen een plek tussen de andere stenen in de denkbeeldige tempel te geven. Is het dan de bedoeling om de andere stenen wat opzij te wrikken en plaats te maken voor de eigen steen ? Moet je je plek in de tempel der mensheid met kracht veroveren ?

En de koevoet kan tevens gebruikt worden als krachtmiddel om zware lasten omhoog te krijgen. Is het de bedoeling om de onderste steen boven te krijgen ? Wellicht om de diepste beperkingen aan de oppervlakte te brengen en te overwinnen ?

In ieder geval lijkt de koevoet niet een middel om met fluwelen handschoenen aan te pakken.

 

Daarna wordt de reis ondernomen met de winkelhaak, waarbij deze het gevoel en verstand verbeeld die in rechte verhouding tot elkaar staan. Betekent de korte kant omhoog dat het gevoel boven het verstand staat maar dat deze minder kracht heeft en dat het verstand voorop loopt ?

 

Tenslotte wordt de laatste reis ondernomen als vooruitloper op de meestergraad.

 

Daarna wordt de letter G in de vlammende ster getoond en het heilig woord van de gezel bekend gemaakt. Dit heilig woord betekent : “In hem is kracht”. Kijk eens aan. Kracht is gewonnen en ook nog eens twee treden er bij. Wellicht is het hoger loon wel voor meer inzet. Te verwachten inzet dan wel.

 

Wat mij nadrukkelijk aansprak was het sociale aspect als opdracht aan de gezel.

De achtbare meester zegt “Uw Gez...tijd zal u in staat moeten stellen om Uw bewerkte Ruwe.St... als Kubieke...St... in te passen in het Bouwwerk der Mensheid. Dat vergt samenwerking, een sociale attitude, Br... en Naastenliefde.” Kortom, na als leerling aan jezelf te hebben gewerkt ga je nu naar buiten om vanuit je hart en je verstand, sociaal te gaan samenwerken. Je gaat naar buiten om aan de slag te gaan. Dit wordt in het rituaal ook duidelijk door de vergroting van de loge. Want hoe groot was die loge ook al weer ? Deze blijkt zich uit te strekken van het noorden tot het zuiden en het oosten tot het westen. En de hoogte is onmetelijk, de diepte tot het middelpunt van de aarde. En de loge is het werkterrein, kortom, men kan als gezel overal aan de slag.

 

Het werken aan de wereld om je heen is, je doen kennen, is echter een taak die ook weer ondernomen wordt vanuit het ken uzelve :

“Het zijn niet de omstandigheden, maar jouw interpretatie die bepalen of iets belangrijk of onbelangrijk is, een probleem of een oplossing is, een struikelblok of een opstapje is.”

Oftwel, als leerling heb je geschaafd aan je ruwe steen, aan de manier waarop je iets interpreteert. Je hebt jezelf op een hoger plan gebracht waardoor je nu op een eerlijker, oprechtere, zuiverder manier naar de wereld om je heen kunt kijken en daar je plan kunt trekken. Je hebt zelf in jezelf een integerder situatie gebracht waardoor je een betere winkelhaak bent geworden.

En het leuke van de gezellenstatus is dat deze de leerling status in een nieuw licht zet. De rechte verhouding tot jezelf wordt nu beproefd door de rechte verhoudingen tot je medemensen. Het ken u zelve wordt getoetst en blijk een plek te hebben in een dynamiek.

Er ontstaat een terugkoppeling waarin de aktie met de omgeving het ken uzelve versterkt en het ken uzelve daarna weer aanleiding geeft tot een inzichtelijker relatie met de medemens.

 

En na de toelichting van het tableau is er ook nog een praktische opdracht :

Het meten van de kubieke steen met de 24-delige maatstok

Hiermee kan men zien om men nog kubieker is geworden.

 

Dan het rituaal van de korenaar : De symboliek van de graankorrel. De transmutatie waarin iets wordt opgeofferd om te scheppen en te vermenigvuldigen. In de Engelstalige maconieke literatuur ben ik meerdere malen tegengekomen dat de gezel in het symbool van de transmutatie staat :

van persoonlijke affectie tot onpersoonlijke empathie

van zelfverbetering tot maatschappelijk verbeteraar etc, etc

Daarnaast wordt ook in het begeleidende lied de nadruk gelegd dat men dient te blijven zaaien ook al zal een deel op onvruchtbare bodem vallen, op steen vallen, tussen de doornen vallen, door de kraaien worden opgegeten en de rest zal deels magere opbrengst en deel een hoge opbrengst geven.

Laat je niet verleiden om op de kraaien te gaan jagen, want daarmee verlaat je het zaaiveld. Laat je niet verleiden om niet de zaaien door de rotsachtige of doornige bodem want daarmee zul je de rijke bodem ook niet bezaaien. Laat je niet verleiden om alleen naar hoge opbrengst de streven. Sommige korrels zullen een lage opbrengst geven en anderen een hoge opbrengst. Het is zoals het is. Dit is inherent aan zaaien.

 

 

De opdracht van de gezel is geen visionaire, gestuurde beïnvloeding maar een open releren.

En dus niet zoals in de muziek van Pink Floyd: “We don’t need no thoughts-control… … We’re just another brick in the wall…” Het woordje “just” doet geen recht doet aan onze intenties, hoewel wellicht wel appeleert aan bescheidenheid als houding.

In ieder geval hebben Maçons in het algemeen en gezellen in het bijzonder niets met morele indoctrinatie van doen…

 

Er valt heel veel te ontdekken in de gezellengraad en in het bijbehorende rituaal. Veel meer dan dat ik slechts kan aanduiden in dit bouwstuk. Kortom u bent uitgenodigd in onder andere onze bibliotheek en vele bouwstukken in deze graad.

 

Uiteindelijk is er een vervolg op de gezellengraad n.l. de meestergraad :

Einstein heeft eens gezegd : “De problemen die je tegenkomt kun je niet oplossen op het niveau waarop je ze ervaart”. Een aanduiding dat in de interactie met de omgeving en de medemens een situatie kan ontstaan die een ander niveau van inzicht benodigd. Maar voordat we het terrein van de meester betreden verwacht ik, achtbare meester, dat ik hiermee aan mijn opdracht heb voldaan.

 

 

 

 

 

 

Toeval = dat wat je toevalt. De zwaartekracht is een algemeen werkend principe en heeft daarmee een duidelijke en eenduidige werking. Dat wat je toevalt is dat wat je krijgt op een volkomen natuurlijke manier namelijk het valt naar je toe.